Datum vraagstelling: 07 oktober 2026
TV participatiedocument opvang
Beantwoording vóór de commissie Ruimte van 14 oktober 2026
Opvangschip
Nu de raad wordt gevraagd zich uit te spreken over het proces richting structurele asielopvang, vinden wij het belangrijk om ook duidelijkheid te hebben over de afronding van de huidige tijdelijke opvang op het COA-opvangschip.
- Kan het college bevestigen dat het huidige opvangschip uiterlijk 31 december 2026 vertrekt en dat de opvang op deze locatie daarna wordt beëindigd?
Zo nee, waarom niet en op basis van welk besluit kan hiervan worden afgeweken? - Tijdens de rondvraag in de commissievergadering van 16 september 2026 heeft de wethouder aangegeven dat de raad via een raadsinformatiebrief nader zou worden geïnformeerd over o.a. het opvangschip.
Graag ontvangen wij deze brief vóór de commissie van 14 oktober.
Protestgroepen
In het voorliggende voorstel staat de betrokkenheid van inwoners bij de toekomstige asielopvang centraal. Daarbij hoort wat ons betreft ook dat inwoners zich vrij en zonder terughoudendheid kritisch moeten kunnen uitspreken over asielopvang en daartegen moeten kunnen demonstreren.
- Wethouder Witte heeft opdracht gegeven om de verschillende protestgroepen binnen onze gemeente helder te krijgen en met deze groepen het gesprek aan te gaan.
Wat wordt in het kader van deze opdracht verstaan onder het ‘helder krijgen’ van protestgroepen, welke gegevens worden hiervoor verzameld en op welke wijze worden deze gegevens verkregen? - Wat gebeurt er met de informatie die in het kader van deze opdracht over protestgroepen en betrokken inwoners wordt verzameld?
Wordt hiervan een registratie of dossier bijgehouden, met wie wordt deze informatie gedeeld en waarvoor wordt deze vervolgens gebruikt? Hoelang worden deze gegevens bewaard? - Hoe verhoudt dit onderzoek zich tot de vrijheid van inwoners om zich te organiseren, kritisch uit te spreken en te demonstreren zonder zich daarbij door de gemeente gevolgd of geregistreerd te voelen?
Participatiedocument
- Zijn er vanuit het COA, het Rijk of de gemeente eisen waaraan een locatie voor structurele opvang moet voldoen? Zo ja, welke eisen zijn dat?
- Zijn er vanuit het COA, het Rijk of de gemeente criteria op grond waarvan een locatie NIET geschikt zou zijn voor structurele opvang?
Zo ja, welke criteria zijn dat?
- In fase 2, op blz. 10 staat ‘Aan het einde van deze fase versturen we een raadsinformatiebrief en persbericht.’. Het eindresultaat omschreven in de tijdlijn op pagina 6 zegt echter dat wij als gemeenteraad een raadsvoorstel krijgen aan het einde van fase 2 waar wij over moeten beslissen. Welke uitspraak klopt?
- Op blz. 12 is de eerste zin ‘We richten de opvang zo in dat deze goed past in de omgeving en bijdraagt aan leefbaarheid, veiligheid en wederzijds begrip’. Op welke manier draagt de komst van asielopvang precies bij aan de leefbaarheid en veiligheid van de omgeving?
- In fase 5 wordt opnieuw gesproken over het instellen van een klankbordgroep. Bij het huidige opvangschip is al een klankbordgroep actief. De meest recente vergadering daarvan vond plaats op 22 september 2026. Graag ontvangen wij vóór de commissie Ruimte van 14 oktober 2026 de notulen/het verslag van deze vergadering.
Datum vraagstelling: 01 oktober 2026
Verdwijnen salderingsregeling zonnepanelen
Beantwoording binnen 30 dagen
Inleiding
Een aantal jaren geleden is het toenmalige Woonbedrijf Westvoorne, onder leiding van dhr. Mulder (toen wethouder woonbedrijf) in
opdracht van de gemeenteraad begonnen met verduurzamen van huurwoningen. Huurders konden zich aanmelden voor zonnepanelen, hier is op grote schaal gebruik van gemaakt. De gemeenteraad heeft hier wel kaders voor gesteld, zoals “De huurders mogen er geen nadelige financiële gevolgen van ondervinden”
- Hoe gaat het Woonbedrijf om met het wegvallen van de salderingsregeling? Gaat u de huurder compenseren?
- Kunnen de huurders de zonnepanelen teruggeven aan het woonbedrijf en het contract beëindigen?
- Wat gebeurt er als de huurders de omvormer uitzetten? Zijn er dan consequenties voor de huurders?
- Heeft u al contact gehad met de huurdersvereniging over het verdwijnen van de salderingsregeling voor zonnepanelen?
Datum vraagstelling: 01 oktober 2026
Molendijk, Rockanje
Beantwoording binnen 30 dagen
Inleiding
In de mobiliteitsvisie (p. 8/9) staat dat de Molendijk in Rockanje al geruime tijd problemen kent met de verkeersveiligheid.
Bewoners kaarten de situatie al jaren aan.
- Kan het college aangeven welke bevindingen en conclusies uit het locatiebezoek van september 2025 zijn voortgekomen en
welke mogelijke maatregelen sindsdien zijn onderzocht? - Klopt het dat de bewoners na het locatiebezoek binnen twee maanden een terugkoppeling is toegezegd?
Zo ja, waarom is deze toezegging nog niet nagekomen en wanneer ontvangen de bewoners en de Dorpsraad Rockanje deze terugkoppeling alsnog? - Zijn voor de Molendijk inmiddels maatregelen opgenomen in het Mobiliteitsplan, is er budget gereserveerd en is er al een
planning? Zo nee, waarom niet?
Datum vraagstelling: 31 augustus 2026
Slechte groenvoorziening heel VaZ
Beantwoording binnen 30 dagen ✔️
Inleiding
Er blijven ons signalen bereiken over achterstallig en onvolledig uitgevoerd onderhoud Ook bij een situatie aan de Marshalllaan in Hellevoetsluis, die door wethouder Oosenbrug zelf als gevaarlijk is beoordeeld, blijkt het lastig om de noodzakelijke werkzaamheden op de juiste plek uitgevoerd te krijgen. Deze situatie lijkt symbool te staan voor de wijze waarop het groenonderhoud in geheel Voorne aan Zee verloopt
- In hoeverre vindt het snoei- en groenonderhoud planmatig en preventief plaats en in hoeverre naar aanleiding van meldingen van inwoners?
De gemeente Voorne aan Zee werkt datagedreven als het gaat om groenonderhoud. In dat
kader zijn de heestervakken binnen de gemeente geïnventariseerd. Er is in het verleden
bezuinigd op het snoeien van heesters, waardoor deze hoger zijn geworden dan wenselijk
is. Daardoor is aanvullend onderhoud noodzakelijk om dit te herstellen.
De vakken met fijne sierheesters worden planmatig onderhouden in een cyclus van drie jaar,
waarbij jaarlijks een derde van deze vakken wordt gesnoeid. Vakken met reguliere heesters
worden jaarlijks gesnoeid, waarbij wordt ingegrepen op overgroei, bijvoorbeeld over
stoepen, parkeerplaatsen en dergelijke. Voor reguliere heesters is geen maximale hoogte vastgesteld. Hagen en blokhagen worden conform contract één à twee keer per jaar
gesnoeid.
Onderhoud wordt ook uitgevoerd naar aanleiding van Melding Openbare Ruimte (MOR)-
meldingen. Wanneer een MOR-melding binnenkomt, beoordeelt de toezichthouder of het
betreffende plantvak voldoet aan het gewenste kwaliteitsbeeld. Indien dat niet het geval is,
wordt de aannemer opdracht gegeven tot aanvullend onderhoud. - Herkent het college het beeld dat op sommige locaties pas onderhoud plaatsvindt nadat hierover door inwoners is gemeld?
Het college herkent het beeld niet dat onderhoud uitsluitend naar aanleiding van MOR-
meldingen plaatsvindt. Er wordt ook gedurende het jaar planmatig onderhoud uitgevoerd.
Een MOR-melding kan wel aanleiding zijn om eerder in te grijpen, waarbij meldingen die de
(verkeers)veiligheid raken prioriteit krijgen - Vindt er controle plaats op de correcte en volledige uitvoering van opdrachten? Zo ja, hoe en binnen welke termijn gebeurt dit?
De controle op de correcte en volledige uitvoering van opdrachten vindt plaats door de
toezichthouder, zowel bij onderhoud naar aanleiding van MOR-meldingen als bij cyclisch,
planmatig onderhoud - Wordt een melding of opdracht vóór of na deze controle als afgehandeld geregistreerd?
Dat gebeurt na de controle. Wanneer werkzaamheden naar aanleiding van een MOR-
melding zijn uitgevoerd, levert de aannemer een foto van de uitgevoerde werkzaamheden
aan en wordt via het systeem terugkoppeling gegeven aan de toezichthouder. Naar
aanleiding daarvan voert de toezichthouder binnen maximaal drie (werk)dagen een controle
ter plaatse uit. Wanneer uit de controle blijkt dat de werkzaamheden correct zijn uitgevoerd,
wordt de MOR-melding als afgehandeld geregistreerd - Hoe verklaart het college dat, nadat de wethouder de situatie aan de Marshalllaan zelf als gevaarlijk heeft beoordeeld, snoeiwerkzaamheden niet op de juiste locatie zijn uitgevoerd en de gevaarlijke situatie in de bocht inmiddels ruim vijf weken later nog steeds ongewijzigd is?
De constatering van de wethouder is wel doorgegeven aan de vakafdeling, maar is
abusievelijk niet in het MOR-systeem geregistreerd. Op de betreffende locatie waren reeds
eerder meerdere MOR-meldingen gedaan. Naar aanleiding daarvan zijn door de aannemer
werkzaamheden uitgevoerd, maar deze betroffen de opvolging van die eerder
geregistreerde meldingen en niet specifiek de door de wethouder gesignaleerde situatie in
de bocht aan de Marshalllaan. Daardoor zijn de beoogde snoeiwerkzaamheden niet op de
exact bedoelde locatie uitgevoerd.
Tevens is het zo dat de heesters aan de Marshalllaan aanvankelijk in het systeem
geregistreerd stonden als fijne sierheesters in plaats van reguliere heesters. Dit is inmiddels
aangepast, zodat deze vakken in de toekomst worden meegenomen in de
onderhoudswerkzaamheden voor reguliere heesters. Hiermee verandert de opdracht voor
de aannemer en kan voortaan het juiste onderhoud worden toegepast. - Speelt bij de foutieve uitvoering een rol dat uitvoerende medewerkers onvoldoende bekend zijn met de omgeving en/of dat communicatie of taal een belemmering vormt bij het juist overbrengen van de opdracht?
Zo ja, hoe gaat het college dit oplossen?
Nee, dat is niet aan de orde. Zie antwoord op vraag 5a - Hoe beoordeelt het college de mogelijke aansprakelijkheid van de gemeente wanneer zich een ongeval voordoet als gevolg van een bij de gemeente bekende gevaarlijke situatie die niet tijdig of adequaat is verholpen?
Indien de gemeente bekend is, of redelijkerwijs bekend had moeten zijn, met een gevaarlijke
situatie en deze niet tijdig of adequaat heeft verholpen of afdoende heeft afgeschermd, kan
sprake zijn van aansprakelijkheid voor de daaruit voortvloeiende schade. De beoordeling
daarvan vindt plaats aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval,
waaronder de bekendheid met het gebrek, het gepleegde onderhoud en de vraag of herstel
of waarschuwing op korte termijn mogelijk was. In voorkomende gevallen kan de
aansprakelijkheid rechtstreeks uit de wet voortvloeien. - Is het inwoners toegestaan om gemeentelijk groen zelf te snoeien wanneer dit overlast of een onveilige situatie veroorzaakt?
Zo nee, op grond van welke regelgeving is dit niet toegestaan?
Inwoners mogen gemeentelijk groen niet op eigen initiatief snoeien of anderszins aanpassen
zonder toestemming van de gemeente. De gemeente is op grond van artikel 5:20, eerste lid,
onder f, BW eigenaar van de beplanting in gemeentelijke grond. - Klopt het dat op het door inwoners zelf snoeien van gemeentelijk groen door een boa kan worden gehandhaafd of zelfs een boete kan worden opgelegd?
De gemeentelijke handhavers zijn bevoegd om op te treden bij vernieling van gemeentelijk
eigendom, dus ook bij het illegaal snoeien van gemeentelijk groen. In de praktijk is
handhaving echter vooral mogelijk wanneer de gedraging door hen zelf wordt
waargenomen. Bij meldingen achteraf is directe handhaving doorgaans niet mogelijk. In die
gevallen kan de gemeente, als eigenaar van het groen, besluiten aangifte te doen bij de
politie op basis van artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Indien bekend is welke inwoner zonder toestemming snoeiwerkzaamheden heeft verricht,
zal de gemeente eerst trachten de schade in onderling overleg te verhalen. Indien een
minnelijke oplossing niet tot stand komt, kan alsnog worden besloten tot het doen van
aangifte. - Wat kan een inwoner doen wanneer een melding niet of niet tijdig wordt opgevolgd?
Wanneer een melding naar het oordeel van de inwoner niet, of niet tijdig, is opgevolgd, kan
contact worden opgenomen met het Klant Contact Center (KCC) van de gemeente onder
vermelding van het meldingsnummer. Het KCC kan de melding vervolgens onder de
aandacht brengen van de betrokken toezichthouder of beheerder. Deze kan vervolgens
nagaan waarom nog geen actie is ondernomen.
In sommige gevallen kan sprake zijn van onderhoud dat reeds op korte termijn in de
omgeving staat ingepland. In dat geval wordt de melding meegenomen in de eerstvolgende
onderhoudsronde. Dat kan ertoe leiden dat de uitvoering later plaatsvindt dan de melder had
verwacht. Indien sprake is van een als (verkeers)onveilig beoordeelde situatie, wordt de
melding met prioriteit opgepakt.
In het meldportaal werd voorheen uitsluitend interne communicatie gekoppeld aan een
MOR-melding, mede vanwege de eisen die voortvloeien uit de AVG. Mede naar aanleiding van de situatie aan de Marshalllaan zal voortaan in het meldportaal ook externe
communicatie aan de melder plaatsvinden, voor zover dit op grond van de AVG is
toegestaan. Daarbij zal specifiek worden gemeld dat de MOR-melding wordt meegenomen
in toekomstig, gepland onderhoud in het betreffende gebied, en dat het derhalve langer kan
duren voordat onderhoud wordt uitgevoerd. - Hoe voorkomt het college dat uitvoerende ploegen meerdere keren naar dezelfde straat of hetzelfde groenvak moeten terugkeren doordat uitsluitend het gedeelte waarop een melding betrekking heeft wordt onderhouden, terwijl aangrenzend groen kort daarna eveneens onderhoud nodig heeft?
Voor de betreffende vakken wordt gewerkt volgens de eerdergenoemde cyclische werkwijze,
waarbij jaarlijks bijvoorbeeld een derde van het areaal wordt gesnoeid. Bij een MOR-melding
kan de toezichthouder beoordelen of het probleem zich ook in de rest van de straat of in
aangrenzende vakken voordoet. Wanneer dat het geval is, kan worden bezien of het
onderhoud integraal kan worden meegenomen, zodat herhaalde inzet wordt beperkt.
Daarnaast kan worden beoordeeld of een locatie in aanmerking komt voor renovatie,
bijvoorbeeld wanneer op dezelfde plek structureel meldingen binnenkomen. Daarbij kan
worden gekeken of de vakken kunnen worden vernieuwd en opnieuw beplant - Ziet het college, gelet op de problemen in de huidige uitvoering, aanleiding om te onderzoeken of (delen van) het groenonderhoud doelmatiger en effectiever in eigen gemeentelijke uitvoering kunnen worden georganiseerd?
Er wordt voortdurend bezien op welke wijze het groenonderhoud zo doelmatig en effectief
mogelijk kan worden uitgevoerd. In het coalitieakkoord is opgenomen dat wordt gekeken
naar de mogelijkheid van een eigen gemeentelijke groendienst. De specifieke knelpunten
waarnaar wordt gevraagd, hangen naar het oordeel van het college echter niet samen met
de inzet van externe uitvoerders, maar met de afstemming in communicatie en met
verouderde data. - Hoeveel geld kan de gemeente besparen door fatsoenlijk groenbeleid in te voeren i.p.v. de brandblusmethode die nu steeds toegepast wordt?
Het college kan geen betrouwbare besparing kwantificeren bij een andere inrichting van het
groenbeleid. Het onderhoud wordt uitgevoerd binnen de bestaande begroting, op basis van
het in 2025 opgestelde Groenstructuurplan en het Integraal Beheer Kader (IBK+). Daarbij
wordt gewerkt met vastgestelde beheerniveaus voor de verschillende categorieën groen.
De door het raadslid genoemde “brandblusmethode” wordt door het college niet herkend. Er
is op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat een andere uitvoeringsvorm op
voorhand tot aantoonbare besparingen leidt. De huidige inzet is gericht op het uitvoeren van
beheer binnen de beschikbare middelen, waar ook renovatie van gemeentelijk groen onder
valt. Daarnaast zijn structurele middelen nodig voor onderhoud en nazorg, waaronder extra
water geven in steeds vaker voorkomende droge en warme perioden. - Is het college bereid om naar aanleiding van deze signalen de huidige werkwijze rond groenonderhoud en meldingen te evalueren en daarbij specifiek te kijken naar planmatig versus melding-gestuurd onderhoud, de prioritering van veiligheidsmeldingen, de kwaliteit van opdrachtverlening en controle op uitvoering en de ruimte voor uitvoerende medewerkers om aangrenzend, noodzakelijk onderhoud direct mee te nemen?
Indien niet, waarom niet?
Ja, het college is bereid de huidige werkwijze rond groenonderhoud en meldingen te
evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen planmatig en melding-gestuurd
onderhoud, de prioritering van veiligheidsmeldingen, de kwaliteit van opdrachtverlening en de controle op uitvoering, alsmede de ruimte om noodzakelijk aangrenzend onderhoud
direct mee te nemen.
Het college merkt daarbij op dat het planmatige onderhoud reeds zoveel mogelijk
datagedreven wordt uitgevoerd. Tegelijkertijd is niet al het onderhoud volledig vooraf te
plannen, omdat de onderhoudsbehoefte van levende beplanting mede afhankelijk is van
weersomstandigheden en de actuele staat van de beplanting. Denk hierbij aan perioden van
extreme droogte of juist veel regenval - Voorne aan Zee voert de slogan “Het is mooi hier”. Wij willen graag weten wat het college nodig acht om ervoor te zorgen dat die slogan ook zichtbaar wordt waargemaakt in de openbare ruimte
Het college onderkent het belang van een verzorgde openbare ruimte als uitwerking van de
gemeentelijke slogan “’t is mooi hier”. Op het terrein van groen wordt hieraan gewerkt door
het uitvoeren van renovaties en regulier onderhoud, waarmee stap voor stap wordt
bijgedragen aan een zichtbare kwaliteitsverbetering.
Daarbij geldt dat de uitvoering mede afhankelijk is van klimaatomstandigheden en
weersinvloeden. Het college acht het daarom van belang dat de beschikbare middelen en
capaciteit gericht worden ingezet op behoud, herstel en kwaliteitsverbetering van het
openbaar groen.
Datum vraagstelling: 1 december 2025
van Flexwoningen naar sociale huur
van Leeuwenhoekweg
Inleiding:
Er zijn meerdere moties aangenomen waarin werd opgeroepen tot het realiseren van flexwoningen, terwijl er nog niets is vastgelegd over definities, regels en afspraken.
Ook was er een op 12 november 2025 een informatieavond voor omwonenden van de van Leeuwenhoekweg in Hellevoetsluis m.b.t. de komst van flexwoningen.
Gezien het feit dat er kort voor de komst van de omwonenden besloten werd om niet meer over flexwoningen te spreken maar over sociale huur, laat zien hoe we ons op glad ijs begeven.
Vragen en antwoorden.
- Klopt het dat het project Van Leeuwenhoekweg eerst als flexwoningen werd aangeduid, maar tijdens de informatieavond als sociale huurwoningen is gepresenteerd?
Het project werd aanvankelijk als flexwoningenplan aangeduid en betreft nog steeds flex/modulaire woningen in de sociale huursector. De huurprijs van deze woning ligt onder de maximale grens van sociale huur.
Wat er is veranderd is de overweging om de woningen niet voor een beperkte tijd, maar langer te laten staan.
Het zijn dan gewone sociale huurwoningen. - Welke inhoudelijke wijziging aan het plan vormt de reden voor deze verandering van label of is alleen het etiket gewijzigd van flexwoningen naar sociale huur?
De optie is besproken om de tijdelijke woningen langer te laten staan, of zelfs definitieve woningen te realiseren.
Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en de onderzoeken is gebleken dat de realisatie van woningen voor een periode van ongeveer 15 jaar een nadeel heeft voor de exploitatie. We overwegen daarom de woningen een meer permanent karakter te geven. Wij verwachten het besluit hierover in het voorjaar van 2026 te nemen. - Welke juridische en beleidsmatige gevolgen heeft een labelwijziging van flex naar sociaal?
In 2024 was het toegestaan om tijdelijke huurcontracten te hanteren. Dit zou passend, en ook noodzakelijk, zijn bij woningen die tijdelijk geplaatst zijn. Inmiddels zijn er regels met betrekking tot de tijdelijke verhuur van woningen, wat alleen is toegestaan bij bepaalde doelgroepen. Door de wetswijziging verdwijnt een belangrijk deel van de
mogelijkheid voor een tijdelijk huurcontract.
Juridisch zijn er geen gevolgen omdat we ons nog in het verkennende stadium bevinden. Met de benodigde ruimtelijke procedure zal altijd rekening worden gehouden met de actualiteiten van de plannen. - Wat is de reden, of wat zijn de redenen, om voor sociaal te kiezen i.p.v. flex bij de project?
Sociaal en flex zijn twee verschillende begrippen die tegelijk van toepassing zijn. De woningen zullen nog steeds flex/modulair worden gebouwd en daarna worden aangeboden in het sociale huursegment. Hier is niets aan veranderd. De reden om ervoor te kiezen dat de woningen niet na een periode van 15 jaar moeten worden verwijderd, is dat het terrein langer beschikbaar is en er geen andere functie beoogd is. Een periode van 15 jaar heeft risico’s en kosten als gevolg: Er is nu geen andere locatie aan te wijzen om de woningen naartoe te verplaatsen over 15 jaar met het risico dat 100 woningen nergens kunnen landen. De exploitatie van de
woningen is veel gunstiger als de investering over meer jaren kan worden terugverdiend, en als er geen verplaatsingskosten zijn. En gemeentelijke investeringen op het terrein en in de inrichting van de buitenruimte worden effectiever benut, zoals groen, speelruimte, de straat en alles onder de grond.
Tijdens de infoavond werd aangegeven dat er ook voor statushouders plekjes zijn. Nu lijkt ons dat bij sociale huur zeer ongeloofwaardig omdat
a) de voorrang voor statushouders sinds kort is afgeschaft en er dus een wachttijd is van minimaal 7 jaar
b) statushouders volgens een motie alleen voor sobere huisvesting in aanmerking komen.
a) De ministerraad heeft op voorstel van minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het wetsvoorstel ‘schrappen voorrang statushouders’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Gemeenten kunnen statushouders na ingang van de wet nog één jaar voorrang geven op het huren van een gedeelde woonruimte.
b) De sobere huisvesting verwijst naar de motie “Sobere opvang en integratie asielzoekers en statushouders” d.d. 10-07-2025. De motie heeft als doel om het college op te dragen om op korte termijn aan de raad een uitgewerkt voorstel te doen toekomen voor het plaatsen van statushouders in sobere onderkomens’’ - Worden statushouders in dit project onder het label sobere huisvesting gehuisvest op de van Leeuwenhoekweg?
Zo ja, om welke woningen zou dit gaan en hoe wordt bepaald dat deze woningen sober zijn?
Op 3 december 2025 heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen ten aanzien van het Huisvestingsplan Statushouders, waarin hierover de laatste stand van zaken wordt vermeld. Voor alsnog worden statushouders gehuisvest in reguliere sociale huurwoningen. Daarom is tijdens de avond eerlijk geantwoord dat er ook enkele
statushouders zouden kunnen komen.
- Als de woningen sober zijn voor statushouders, betekent dat dat reguliere huur óók sobere huurwoningen kan omvatten?
Of betekent sober feitelijk dat statushouders met meerdere mensen in één woning worden geplaatst?
Graag een toelichting.
Op 3 december 2025 heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen ten aanzien van het Huisvestingsplan statushouders. Daarin verwijzen we nadrukkelijk naar de motie sobere huisvesting en hebben we het over maatregelen zoals delen van sociale huurwoningen, splitsen en optoppen van panden. Het gaat daarbij ook over
onderzoek naar potentiële nieuwe of bestaande panden die voor de huisvesting van statushouders gebruikt kunnen worden. - Wat is de definitie van:
a) een flexwoning
b) sobere huisvesting
a) Een flexwoning is een prefab woning die snel en efficiënt op locatie kan worden geplaatst en vaak bedoeld is voor tijdelijke huisvesting. Deze woningen zijn meestal te verplaatsen. Ze bestaan in vele afmetingen, met verschillende voorzieningen en installaties en dergelijke. Flexwoningen moeten voldoen aan de technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), ook als zij kunnen worden beoordeeld als tijdelijke bouwwerken.
b) Sobere huisvesting (zoals bedoeld in de motie aangenomen op 10 juli 2025) verwijst naar sobere onderkomens die worden ingezet voor statushouders, zodat statushouders geen voorrang behoeven op de sociale woningmarkt
- Zijn er voor deze 2 vormen kaders beschikbaar waarop teruggegrepen kan worden, zoals minimaal woonoppervlakte per persoon, isolatie, ventilatie, geluidsnormen, indeling, bouwkwaliteit enz.
Zo ja, wat zijn deze kaders en waar kunnen wij deze terugvinden?
De motie Sobere opvang en integratie voor asielzoekers en statushouders van 10 juli 2025 vraagt het college om normen te hanteren zoals Stichting Normering Flexwoningen (SNF). We streven er naar om deze richtlijn minimaal te hanteren bij het realiseren van sobere huisvesting voor statushouders. Uiteraard geldt ook het Besluit
Bouwwerken Leefomgeving van de rijksoverheid waarbij normen worden gesteld aan alle gebouwen.
- Welke doelgroep hoort volgens het college bij het originele plan van flexwoningen op deze locatie?
We hebben in de eerdere brieven benadrukt dat het project zich nog in de verkennende fase bevindt. Daarbij werd aangegeven dat de woningen zijn bedoeld voor spoedzoekers en starters - Verandert de doelgroep als er nu gesproken wordt over sociale huurwoningen?
Ja deels, het biedt de mogelijkheid om meer lokaal toe te wijzen, maar ook te sturen op
grootte van huishoudens, inkomens en leeftijd. - Kan het college in detail uiteenzetten wat de verschillen zijn in toewijzing, woonrechten en woonduur tussen flexwoningen en sociale huurwoningen? En hoe is het mogelijk dat een plan met flexwoningen één-op-één kon worden omgezet naar sociale huur, terwijl deze toewijzingssystemen volledig van elkaar verschillen?
Bij de beantwoording van deze vraag gaan we uit van de wetgeving zoals deze nu van toepassing is. In 2024 was het nog mogelijk om voor alle doelgroepen tijdelijke huurcontracten toe te passen.
De verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 vormt de kaders voor de wijze waarop woningen toegewezen kunnen worden. De verordening biedt de mogelijkheid om toe te wijzen aan een specifieke doelgroep, bepaalde inkomens én de mogelijkheid om met voorrang aan lokaal woningzoekenden toe te wijzen. Dit biedt dus
heel veel voordelen. We zijn met de woningcorporatie in gesprek om, binnen de kaders van de verordening, zo specifiek te zijn in de woningtoewijzing, dat de gewenste doelgroepen aan bod komen voor de woningen.
Zouden woningen niet via de regels van de verordening woonruimtebemiddeling verhuurd worden, kunnen we wettelijk geen onderscheid maken tussen leeftijden, inkomens en herkomst gemeente. Je hebt immers te maken met een gelijkheidsbeginsel en het recht op vrije vestiging. De huisvestingswet is één van de wettelijke instrumenten om daar op in te grijpen.
Een tijdelijk huurcontract van voor 2024 beperkt vanzelfsprekend de duur van de huur, maar daarmee ook de woonrechten. Het is voor specifieke doelgroepen nog wel mogelijk om tijdelijke huurcontracten op te stellen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gescheiden mensen, waar een huurcontract voor maximaal 2 jaar gebruikt mag worden.
We onderzoeken samen met Maasdelta of we deze contracten willen gebruiken en hoe
we deze contracten kunnen inzetten.
Feitelijk blijft er dus heel veel het zelfde. Alleen de duur van het huurcontract is anders, maar dit is voor een groot gedeelte het gevolg van een wetswijziging met betrekking tot tijdelijke huurcontracten. - Als de regels gelden van de reguliere sociale huur, dan krijgen de omwonenden dus geen tijdelijke flexcompound maar een vaste uitbreiding met 100 woningen van hun woonwijk. Dat heeft nogal wat impact op de kleine wijk.
Is het dan niet begrijpelijk dat de omwonenden zich nogal overvallen voelden door het nieuwe plan tijden de informatieavond?
Had dit niet eerder en helder gecommuniceerd moeten worden?
Participatie in elke fase van een project, ook in de beginfase, houdt in dat de plannen nog niet definitief zijn.
Tijdens zulke avonden kunnen we niet op alle vragen direct antwoord geven. Ook laten we plannen zien die nog kunnen veranderen. Zo houden we ruimte voor de ideeën en reacties van de deelnemers in de participatie
Datum vraagstelling: 10 oktober 2025
Een eigen woonruimteverdeelsysteem?
Aanleiding
In het Algemeen Dagblad van 9 oktober 2025 werd gemeld dat de gemeente Voorne aan Zee, samen met andere buurgemeenten, eist dat Ridderkerk stopt met het invoeren van een eigen systeem voor de verdeling van sociale huurwoningen.
Partij met Lef! is verrast over deze eis. Wij herkennen juist de wens van Ridderkerk om meer grip te krijgen op de verdeling van de eigen sociale woningvoorraad, en wij vinden dat een begrijpelijke en verdedigbare keuze. Ook in Voorne aan Zee ervaren veel inwoners dat zij nauwelijks kans maken op een woning in hun eigen gemeente.
Vragen
- Klopt het dat Voorne aan Zee zich heeft aangesloten bij andere gemeenten die Ridderkerk oproepen te stoppen met het eigen woonruimteverdeelsysteem?
- Wat was de reden of aanleiding om tot deze eis te komen? Hoe bent u tot dit standpunt gekomen?
- Is de gemeenteraad vooraf betrokken geweest bij dit standpunt, of betreft dit een college-initiatief
- Erkent het college dat Ridderkerk feitelijk een pilot uitvoert binnen de kaders van de Huisvestingswet 2014?
- Deelt het college de opvatting van Partij met Lef! dat het juist waardevol zou kunnen zijn om de effecten van deze pilot te volgen, bijvoorbeeld op wachttijden, doorstroming en lokale binding alvorens conclusies te trekken?
- Waarom kiest Voorne aan Zee ervoor om zo’n experiment te ontmoedigen, in plaats van aan te geven dat men graag wil meedenken of leren van de resultaten?
- Ziet het college in dat de resultaten van de Ridderkerkse aanpak ook voor Voorne aan Zee nuttige inzichten kunnen opleveren?
- Herkent het college dat ook in Voorne aan Zee sprake is van schaarste en dat inwoners vaak moeilijk een woning vinden binnen de eigen gemeente?
- Is het college bereid om te verkennen of er op dit moment binnen de Gemeenteraad draagvlak is om een vergelijkbare lokale aanpak in Voorne aan Zee uit te rollen?
Zo nee, waarom niet? - Deelt het college de mening van Partij met Lef! dat intergemeentelijke samenwerking niet betekent dat gemeenten geen eigen beleid meer mogen uitproberen?
_________________________
Datum vraagstelling: 25 september 2025
Inzicht in bezuinigingspakket van €1.000.000 en effecten op gesubsidieerde organisaties
Geacht college,
Vlak voor de zomervakantie heeft de wethouder aangegeven dat er een structurele bezuiniging van € 1.000.000 nodig zou zijn. Inmiddels is via de media duidelijk geworden dat onder meer Kinderboerderij De Kerkestee mogelijk geraakt wordt door deze opgave.
Wethouder Priester heeft aangegeven dat hierover ‘verkennende gesprekken’ worden gevoerd en dat de raad op 6 november een definitief besluit neemt.
Partij met Lef! Maakt zich zorgen dat de bezuinigingen onevenredig terechtkomen bij relatief kleine stichtingen en verenigingen, die een belangrijke maatschappelijke functie vervullen maar financieel kwetsbaar zijn.
Het zou betekenen dat juist de belangrijke sociale basis van onze gemeente onder druk komt te staan.
Daarom stelt Partij met Lef! U de volgende vragen:
• Volledig overzicht:
Kunt u een volledig overzicht geven van alle maatregelen die het college overweegt om de bezuiniging van
€ 1.000.000 te realiseren, inclusief de verwachte opbrengst per maatregel?
Specifieke focus op subsidies:
• Hoeveel van deze bezuiniging wordt behaald door het verminderen of beëindigen van subsidies aan maatschappelijke organisaties?
• Kunt u per getroffen stichting of vereniging aangeven om welk bedrag het gaat?
Impactanalyse:
Kunt u per maatregel aangeven:
• de effecten op inwoners, maatschappelijke partners en voorzieningen,
• de risico’s voor continuïteit van deze organisaties,
• en welke alternatieve dekkingsmogelijkheden het college heeft onderzocht?
Verdeling van de pijn:
• Hoe borgt het college dat de bezuinigingsopgave evenwichtig wordt verdeeld en niet vooral terechtkomt bij kleine maatschappelijke initiatieven, terwijl grotere projecten en budgetten grotendeels buiten schot blijven?
Transparantie en gelijke informatiepositie:
Zijn er reeds gesprekken gevoerd met betrokken organisaties? Zo ja:
• met wie,
• wanneer,
• en welke informatie is daarbij gedeeld?
Graag ontvangt de raad dezelfde informatie.
Gesprekken:
•Waarom kiest het College ervoor om verkennende gesprekken te voeren met (o.a.) maatschappelijke partijen over eventuele bezuinigingen zonder dat de raad hiervan weet?
• Wat verwacht het College hiermee te bereiken?
• Is het College het met Partij met Lef! eens dat dit soort gesprekken vooral onnodige onrust in de samenleving veroorzaken?
Openbaarheid:
Is het college bereid deze informatie gelijktijdig met de raad openbaar te maken, zodat inwoners en betrokken organisaties weten waarover de raad op 6 november besluit? Zo nee, waarom niet?
Communicatie via media:
• Waarom kiest het college ervoor om via de krant mogelijke bezuinigingen naar buiten te laten komen voordat de raad daarover volledig is geïnformeerd en in positie is gebracht?
Zowel wethouder Priester van Partij Voorne aan Zee als de heer Kap geven
hun reactie in het AD.
• Herkent het college dat deze werkwijze de indruk wekt dat het debat buiten de raad plaatsvindt?
• Welke afweging maakt het college om communicatie via de media vóór te laten gaan op communicatie aan de raad?
• Is het college bereid voortaan de raad als eerste te informeren, zodat de democratische besluitvorming in de raadzaal plaatsvindt en niet via de krant?
• Klopt het dat naast de wethouder ook dhr. Kap voorafgaand aan de publicatie in de krant op de hoogte was van deze specifieke bezuinigingsoptie? Hoe kan dit?
_________________________
Datum vraagstelling 10-9-2025
Onderstaande vragen werden niet beantwoord door de wethouder tijdens de commissie en zijn een interpretatie van het college. Bijgevoegd de vraagstelling in de commissie
1. In de verordening staat dat burgemeester en wethouders nadere regels bepalen voor de frequentie van inzameling. Is de wethouder bereid dit aan te passen zodat de raad hierop inspraak heeft/dit langs de raad komt?
De restverordening is nu geen onderdeel van nieuw beleid, maar een gevolg van bestaand beleid. Het vaststellen van de restverordening heeft geen effect op de huidige inzamelfrequentie. Bij het vaststellen van het nieuwe afvalbeleid bepaalt de gemeenteraad onder andere de frequentie van de inzameling.
2. In het voorliggende besluit wordt bevoegd gezag bij het college belegd over het aanwijzen van de afvalinzamelaar.
Bij het vaststellen van de Verordening Fysieke Leefomgeving is abusievelijk de vaststelling van de restverordening ten
aanzien van het grondgebied van voormalig gemeente Hellevoetsluis vergeten. De raad heeft deze restverordeningen voor Westvoorne en Brielle, en dus de bevoegdheid voor het college om afvalinzamelaars binnen die
grondgebieden aan te wijzen, al vastgesteld. Door bevoegdheid ook voor grondgebied Hellevoetsluis aan het
college te delegeren wordt aangesloten bij eerder vastgesteld beleid door de gemeenteraad. Er wordt door het delegeren van de bevoegdheid aangesloten bij de twee andere restverordeningen en de voormalige afvalstoffenverordening van Hellevoetsluis. In het belang van de inwoners kan door deze bevoegdheid het college aanwijzen wie de rechtmatige afvalinzamelaars zijn. Hier kan vervolgens op worden gehandhaafd. Zo kan worden voorkomen dat andere ongewenste partijen zich als inzamelaar presenteren.
3. Zou een weigering van wat nu voorligt betekenen dat het college niet bevoegd is de afvalinzamelaar aan te stellen in
de voormalige gemeente Hellevoetsluis?
Geen antwoord
4. Is het college bereid tot het opnemen van een ondergrens met betrekking tot de frequentie van ledigen?
De huidige inzameling is uitvoering van eerder vastgesteld beleid. De frequenties wijzigen niet. Bij het vaststellen van het nieuwe afvalbeleid bepaalt de gemeenteraad onder andere de frequentie van de inzameling. Het kunnen stellen van een ondergrens valt daar eveneens onder.
5. Wilt u aandacht hebben voor verenigingen / scholen / sportclubs e.d. in relatie tot inzameling oud papier e.d.?
Met het vaststellen van de restverordening worden de bestaande afspraken formeel bekrachtigd. Voor de
verenigingen verandert er in de praktijk niets: zij kunnen oud papier blijven inzamelen zoals voorheen. Ten aanzien van
oud papier wordt u als raad ook meegenomen in het nieuwe afvalbeleid.
_________________________
19 augustus 2025
Schriftelijke vragen van Leeuwenhoekweg flexwoningen en standplaatsen
Aanleiding: AD artikel over (gebrek aan) communicatie bij dossier v Leeuwenhoekweg
1. Waarom is er, ondanks de toezegging dat in Q3 2024 duidelijkheid zou komen, nog
steeds geen helderheid over dit project?
Vorig jaar was het streven om het woningbouwproject aan de Van Leeuwenhoekweg
in een versneld tempo te realiseren. In het voorjaar van 2024 zijn de omwonenden
geïnformeerd over de planning, met de verwachting dat in het derde kwartaal van
2024 meer duidelijkheid zou zijn over de technische haalbaarheid. In de praktijk is dit
proces vertraagd door de doorlooptijd van diverse onderzoeken. De onderzoeken zijn
op dit moment nog niet afgerond en de haalbaarheid wordt nog beoordeeld.
2. Welke onderzoeken zijn inmiddels afgerond, welke lopen nog en welke resultaten
zijn tot nu toe bekend?
Er is een ruimtelijke verkenning uitgevoerd, evenals quickscans gericht op mogelijke
aandachtspunten en belemmeringen, zoals bodemonderzoek en flora- en
faunaonderzoek. De voorlopige resultaten laten zien dat er geen fundamentele
belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het project. Tegelijkertijd zijn er
aanwijzingen dat vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn. Deze vervolgonderzoeken
zijn momenteel in uitvoering. De uitkomsten hiervan zijn cruciaal voor de definitieve
beoordeling van de haalbaarheid.
3. Waarom zijn omwonenden tot nu toe niet actief geïnformeerd en betrokken, terwijl er
wel conceptontwerpen circuleren en zelfs een beoogde startdatum bouw werd
genoemd?
De gemeente heeft er bewust voor gekozen eerst een ruimtelijke studie en
quickscans op te stellen om een onderbouwd beeld te krijgen van wat mogelijk is op
de locatie. In deze verkennende fase zijn de omwonenden actief geïnformeerd door
de gemeente over het voornemen en is de voorkeursvariant van het schetsontwerp
met alle buurtbewoners gedeeld. Helaas hebben onvoorziene vertragingen ervoor
gezorgd dat volgende stappen nog niet zijn gezet en dus communicatie daarover niet
mogelijk was.
De genoemde startdatum was geen toezegging maar een voorlopige inschatting,
bedoeld om geïnteresseerden een indicatie van de planning te geven, ondanks de
grote onzekerheden.
4. Hoe verklaart het college dat brieven van bewoners onbeantwoord blijven? Erkent
het college dat dit in strijd is met de eigen uitgangspunten van participatie en
behoorlijk bestuur?
In het geval van de Van Leeuwenhoekweg zijn de reacties van omwonenden op de
informatiebrief van de gemeente van mei 2024 beantwoord in een collectieve brief
aan alle omwonenden. In deze brief is een schriftelijke terugkoppeling gegeven over
de stand van zaken en zijn alle vragen beantwoord.
5. Hoe beoordeelt het college het feit dat een burgerinitiatief voor een zorgproject op
deze locatie destijds is afgewezen wegens praktische bezwaren zoals “het ontbreken
van brievenbussen”, terwijl er nu plannen liggen voor 100 flexwoningen?
Gezien de druk op de woningmarkt en de grote behoefte aan woningen voor starters
en spoedzoekers wil het college de haalbaarheid van deze locatie nader
onderzoeken.
6. Hoe gaat het college voorkomen dat inwoners zich verder gedwongen voelen tot
WOO-verzoeken en eigen onderzoeken, in plaats dat zij gewoon tijdig en volledig
worden geïnformeerd door de gemeente zelf?
Zoals hierboven aangegeven heeft het vooronderzoek en de verkenning meer tijd
gekost dan wij hadden voorgenomen. De omwonenden zijn naar mening van het
college tijdig en volledig geïnformeerd. We begrijpen dat we met de bekendmaking
van het voornemen in 2024 een verwachting hebben gewekt over de planning, die
we niet hebben kunnen waarmaken. Omwonenden zouden daardoor de indruk
kunnen hebben gekregen dat de gemeente verder is gevorderd in het project en dat
er onomkeerbare besluiten zijn genomen. Dat is niet het geval. Bij vergelijkbare
situaties in de toekomst zullen we nog alerter zijn m.b.t. het informeren van inwoners
over eventuele vertragingen in het proces.
7. Kan het college aangeven hoe en wanneer er alsnog een open en transparant
participatietraject met omwonenden zal plaatsvinden?
De omwonenden zijn in juli 2025 geïnformeerd dat er binnenkort een bijeenkomst
wordt georganiseerd waarbij vragen van inwoners worden beantwoord en waarbij
aan de inwoners inbreng wordt gevraagd voor het ontwerp. De verdere voortgang
van het project is daarvan afhankelijk. In de brief is (net als in eerdere brieven)
aangegeven waar men op ieder moment met vragen terecht kan. Van de 214
geadresseerden hebben tot op dit moment 3 personen (die eerder al een klacht en/of
woo-verzoeken hadden ingediend) daar gebruik van gemaakt.
8. Hoeveel meldingen zijn er in 2023, 2024 en de eerste helft van 2025 binnengekomen
van inwoners over het niet of te laat beantwoorden van brieven en e-mails door de
gemeente Voorne aan Zee? Hoeveel meldingen werden er daadwerkelijk officiële
klachten?
In 2023 en 2024 zijn in totaal voor alle gemeentelijke zaken (dus niet alleen over niet
of te laat antwoorden) 288 klachten ingediend, waarvan 210 op informele wijze zijn
afgehandeld.
9. Hoeveel WOO-verzoeken zijn er in dezelfde periode ingediend? Ziet het college
hierin een verband met gebrekkige of late communicatie vanuit de gemeente?
Conform de beschikbare informatie zijn er in zijn totaliteit 99 WOO-verzoeken
ingediend vanaf 1 januari 2023 tot heden. De verzoeken zijn uiteenlopend van aard.
10. Hoeveel ingebrekestellingen zijn er sinds de fusie door bewoners ingediend vanwege
het niet tijdig beslissen op een aanvraag of bezwaar?
Sinds de start van de gemeente Voorne aan Zee zijn er tot op heden in totaal 187
ingebrekestellingen wegens niet tijdig beslissen ontvangen. In 2023 waren dit er 84,
in 2024 waren dit er 45 en in 2025 tot op heden 58.
11. Hoeveel dwangsommen zijn er in dezelfde periode door de gemeente Voorne aan
Zee betaald vanwege te laat beslissen?
Sinds de start van de gemeente Voorne aan Zee zijn er tot op heden in totaal 40
dwangsommen wegens niet tijdig beslissen toegekend. In 2023 waren dit er 26, in
2024 waren dit er 11 en in 2025 tot op heden 3.
De beantwoording werd vergezeld van een raadsinformatiebrief. Deze plaatsen we hieronder:
Beantwoording Art. 33 vragen Partij met Lef! Voortgang project Van Leeuwenhoekweg
Hellevoetsluis (artikel AD 19-8-2025)
Geachte leden van de raad,
Op 19 augustus zijn schriftelijke vragen ontvangen van Partij met Lef! conform artikel 33 van
het Reglement van Orde van de raad. De vragen hebben betrekking op gemeentelijke
communicatie over de realisatie van flexwoningen en woonwagenstandplaatsen aan de Van
Leeuwenhoekweg in Hellevoetsluis.
In het voorjaar van 2024 heeft de gemeente omwonenden per brief geïnformeerd over het
voornemen om op het perceel aan de Van Leeuwenhoekweg flexwoningen te realiseren. In
de brief is aangegeven dat in het najaar van 2024 meer informatie gegeven zou worden en
dat omwonenden en andere belanghebbenden bij het proces worden betrokken.
In de maanden daarna hebben enkele bewoners een reactie naar de gemeente gestuurd,
waarin zij hun zorgen over de ontwikkeling hebben aangegeven. De gemeente heeft die
zorgen meegenomen in de onderzoeken. Als antwoord op de zorgen heeft de gemeente in
augustus 2024 aan alle bewoners per brief een nadere toelichting gegeven.
Daarna is gebleken dat onderzoeken voor het project meer tijd nodig hadden. Voor de
gewenste periode dat de woningen geplaatst worden, mede ingegeven door de investering
in kwaliteit, is een procedure vereist die niets sneller is dan voor een reguliere woonbuurt.
Daarvoor zijn uitgebreide onderzoeken nodig.
In het voorjaar van 2025 heeft de gemeente de omwonenden geïnformeerd over de stand
van zaken en de langere duur van het proces. Ook is in die brief aangegeven dat komend
najaar participatie zal plaatsvinden. De informatie op de gemeentelijke website is aangepast.
In de afgelopen periode heeft een aantal omwonenden klachten en/of Woo-verzoeken
ingediend, omdat zij de communicatie van de gemeente te beperkt vinden. Naar aanleiding
daarvan hebben meerdere gesprekken met omwonenden plaatsgevonden, zowel ambtelijk
als door wethouder Spoon, om te horen waar de zorgen over gaan en de vragen te
beantwoorden.
_________________________
19 augustus 2025
Schriftelijke vragen Onderhoud openbare buitenruimte
Inleiding
Al geruime tijd bereiken ons signalen, en het is ook duidelijk zichtbaar, dat het onderhoud van openbaar groen aanzienlijk is teruggeschroefd. Minder maaien, snoeien en onkruidbestrijding zorgen niet alleen voor een verpauperd straatbeeld, maar brengen ook risico’s met zich mee voor de veiligheid en leefbaarheid in onze gemeente
Vraag 1
Wat is de huidige frequentie van de verschillende werkzaamheden in de openbare ruimte – zoals maaien, snoeien, onkruidbeheer, zwerfafvalbeheer? En hoe staat dit in verhouding tot het beleid van voor de fusie? Is er verschil tussen 2023-2024-2025?
Vraag 2
Is het voor inwoners inzichtelijk waar en wanneer onderhoud plaatsvindt?
Vraag 3
Hoeveel meldingen of klachten ontvangt de gemeente jaarlijks over de openbare buitenruimte en hoe worden deze opgepakt?
Vraag 4
Het college heeft aangegeven dat inwoners zélf kunnen bijdragen aan het onderhoud. Kunt u aangeven wat u precies van onze inwoners zou verwachten en hoe en wanneer gaat u dit communiceren met de inwoners?
Vraag 5
Vindt het college de frequentie en de uitvoering van de groenwerkzaamheden voldoende of zou meer budget nodig zijn om dit naar een meer gewenst niveau te brengen? Welke frequentie zou gewenst zijn?
Vraag 6
Op bijgevoegde foto is een verkeerssituatie te zien waarbij het onderhoud van de belijning vragen oproept. Slechts enkele haaientanden zijn bijgewerkt, terwijl de rest van de markering vervaagd is. Is het college met deze situatie bekend en komt dit vaker voor binnen de gemeente?
Vraag 7
Voor de fusie werd (in Hellevoetsluis) de belijning ieder jaar opgefrist. Is het nieuwe beleid een bezuinigingskwestie? Indien dit het geval is, hoeveel geld is benodigd om de markering weer jaarlijks in het geheel te laten bijwerken?
Vraag 8
Wat is het huidige beleid t.a.v. het zichtbaar houden van de belijning?
_________________________
19 augustus 2025
Schriftelijke vragen artikel AD van Leeuwenhoekweg
https://www.ad.nl/voorne-aan-zee/zorgen-in-hellevoetsluis-over-plan-voor-flexwoningen-dit-is-minachting-van-de-burger~a0655263/
De fractie van Partij met Lef! heeft kennisgenomen van de gemeentelijke communicatie over de mogelijke realisatie van 100 flexwoningen en 6 woonwagenplekken aan de Van Leeuwenhoekweg in Hellevoetsluis. Op de website van de gemeente wordt gesteld dat in het derde kwartaal van 2024 duidelijkheid zou zijn over de haalbaarheid. Inmiddels zijn we een jaar verder maar is er voor inwoners nog altijd veel onduidelijk.
Daarnaast bereiken ons signalen dat brieven en herinneringen van inwoners onbeantwoord blijven, dat vragen niet worden beantwoord en dat communicatie over de voortgang ontbreekt. Dit leidt tot terechte frustratie en wantrouwen bij inwoners.
Wij stellen daarom de volgende vragen:
Vragen project van Leeuwenhoekweg
- Waarom is er, ondanks de toezegging dat in Q3 2024 duidelijkheid zou komen, nog steeds geen helderheid over dit project?
- Welke onderzoeken zijn inmiddels afgerond, welke lopen nog en welke resultaten zijn tot nu toe bekend?
- Waarom zijn omwonenden tot nu toe niet actief geïnformeerd en betrokken, terwijl er wel conceptontwerpen circuleren en zelfs een beoogde startdatum bouw werd genoemd?
- Hoe verklaart het college dat brieven van bewoners onbeantwoord blijven? Erkent het college dat dit in strijd is met de eigen uitgangspunten van participatie en behoorlijk bestuur?
- Hoe beoordeelt het college het feit dat een burgerinitiatief voor een zorgproject op deze locatie destijds is afgewezen wegens praktische bezwaren zoals “het ontbreken van brievenbussen”, terwijl er nu plannen liggen voor 100 flexwoningen?
- Hoe gaat het college voorkomen dat inwoners zich verder gedwongen voelen tot WOO-verzoeken en eigen onderzoeken, in plaats dat zij gewoon tijdig en volledig worden geïnformeerd door de gemeente zelf?
- Kan het college aangeven hoe en wanneer er alsnog een open en transparant participatietraject met omwonenden zal plaatsvinden?
Algemene vragen
- Hoeveel meldingen zijn er in 2023, 2024 en de eerste helft van 2025 binnengekomen van inwoners over het niet of te laat beantwoorden van brieven en e-mails door de gemeente Voorne aan Zee?
Hoeveel meldingen werden er daadwerkelijk officiële klachten? - Hoeveel WOO-verzoeken zijn er in dezelfde periode ingediend?
Ziet het college hierin een verband met gebrekkige of late communicatie vanuit de gemeente?
- Hoeveel ingebrekestellingen zijn er sinds de fusie door bewoners ingediend vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag of bezwaar?
- Hoeveel dwangsommen zijn er in dezelfde periode door de gemeente Voorne aan Zee betaald vanwege te laat beslissen?
Welke structurele maatregelen worden er genomen om de genoemde problemen te voorkomen?
_________________________